Over Banden

Functies en voorkeuren

Een band is een complex en technisch hoogstaand product en dat is maar goed ook, want hij is het enige contactpunt tussen het voertuig en de grond.

Dit contact stelt de band in staat verschillende functies te vervullen, gaande van rijden, via richting geven en gewicht dragen tot overdragen, dempen en duurzaam zijn.

Om de vele eigenschappen en kwaliteiten van banden optimaal te benutten, moetvu als automobilist bepaalde voorzorgen in acht nemen. Dankzij die voorzorgen haalt u niet alleen het best mogelijke rendement uit uw banden, u verhoogt ook uw veiligheid in tal van omstandigheden.

Opbouw

Standaard

Als we een autoband doorsnijden, lijkt hij uit één geheel te bestaan. Door het vulkaniseren van de band (chemisch uitharden) is het moeilijk om de oorspronkelijke delen waaruit de band is opgebouwd, van elkaar te onderscheiden. Toch verschillen deze delen onderling sterk en hun samenstelling is afgestemd op de functies die zij vervullen.

De belangrijkste delen van een band zijn:

  • Karkas (ply-lagen)
  • Hielen
  • Voering
  • Loopvlak
  • Gordels
  • Zijkanten
Structuur van de band

RunFlat

Onder sommige nieuwe auto’s worden runflat banden gemonteerd. Het grote voordeel van runflat banden is dat de auto bestuurbaar blijft als de luchtdruk wegvalt. Uitgangspunt bij alle runflat systemen is dat er na het wegvallen van de luchtdruk nog met 80 km per uur een afstand van 80 km. afgelegd kan worden. Hierdoor kan de automobilist veilig naar de dichtstbijzijnde werkplaats rijden en hoeft hij geen reserveband te monteren op een onveilige plek langs de weg. Sterker nog, auto’s met runflat banden zijn zelfs niet meer voorzien van een reserveband. Dit is een groot voordeel voor de ontwerpers van een auto. Zij hoeven geen rekening meer te houden met de ruimte die een reserveband inneemt. Het nadeel van een goed functionerende runflat band is dat de bestuurder vaak niet merkt dat een band lek is en luchtdruk verliest. Om dit op te vangen beschikken alle auto’s die voorzien zijn van runflat banden, ook over een verplicht bandenspanningssysteem. Op het moment dat een van de banden luchtdruk verliest, wordt de bestuurder door middel van een signaal op het dashbord gewaarschuwd dat er een probleem is met een van de banden.

Maten (Goca toleranties/ombouw links)

Indien de gemonteerde banden niet overeenstemmen met één van de banden vermeld in het PVG, COC of instructieboekje, of op de originele sticker van de constructeur, moet de buitendiameter van elke band overeenstemmen met de buitendiameter van één van de banden vermeld in het PVG, COC, instructieboekje of originele sticker van de constructeur met een tolerantie van -2% tot +1,5%.

Uitzondering: indien de buitendiameter van de gemonteerde band zich tussen de uiterste toleranties bevindt van verschillende bandafmetingen opgenomen in het PVG, COC, instructieboekje of originele sticker van de constructeur, zal deze afmeting aanvaard worden.

- Via deze link kan u controleren of de banden op uw voertuig toegelaten zijn
- Bereken via deze link of de banden op uw voertuig toegelaten zijn

Flankmarkeringen

Op de zijkant van een band staat een schat aan informatie over zijn constructie en eigenschappen. U steekt er heel wat van op.

  1. Bandmaat
    185 = bandbreedte in mm
    65 = hoogte/breedteverhouding 65%
    R = radiaalconstructie
    15 = hiel- of velgdiameter in inches
    87 = draagvermogenindex (load index)
    T = snelheidssymbool (speed index)
  2. Fabrieks- of merknaam
  3. Profiel of bandtype
  4. Radiaalband
  5. Tubelessuitvoering
  6. M + S (winterband)
  7. Fabricagedatum (46e week 1998). De driehoek geeft de periode 1990-1999 aan. Vanaf 2000 wordt de fabricagedatum in 4 cijfers aangegeven. Bijvoorbeeld: 1201 (12e week van 2001)
  8. E-certificaatnummer. De band voldoet aan de Europese norm ECE R 30. Achter de E staat de code voor het land waar de band gekeurd is (bijvoorbeeld: E4 = Nederland)
  9. Land van herkomst
  10. Internationale profielcode
  11. DOT (Department of Transport). De band voldoet aan Amerikaanse voorschriften
  12. DOT-code. De band is aan deze code te identificeren (producent, plaats, bandafmeting en bandconstructie)
  13. Voorschrift voor de maximale bandenspanning en de daarvoor geldende bandbelasting
  14. Opgave van het aantal lagen en het daarvoor gebruikte materiaal: Tread = loopvlak: 1 laag rayon (karkas) + 2 lagen staal (gordel) + 1 laag nylon (stabilisatiegordel) Sidewall = zijwand/wang: 1 laag rayon
  15. Aanwijzing voor de positie van de slijtage-indicatoren (Tread Wear Indicators)
  16. UTQG-voorschrift voor relatieve levensduur
  17. UTQG-voorschrift voor relatieve remeigenschappen op nat wegdek
  18. UTQG-voorschrift voor hittebestendigheid onderverdeeld in een klasse A, B en C
  19. Veiligheidswaarschuwing

Het snelheidssymbool, weergegeven op de zijkant van een band, vlakbij de bandenmaat, is essentieel. Het vertelt u precies welke snelheid de band aankan. Er wordt gebruik gemaakt van de volgende symbolen.

De snelheidsaanduiding na de velgdiameter is bepalend.